|
Mijn welbeminden, uit het oratorium “Elias”, dat Mendelssohn componeerde, hebben jullie net de wondermooie passage gehoord: ‘Als gij Mij zoekt, met heel uw hart, dan zal Ik Mij door u laten vinden’, is de godsspraak van Jahweh.’ (Jer. 29,13-14) – Wat is dat toch een geweldige zin! Hij vervangt een hele preek. Bij het aanhoren van dit lied zou je gezicht zo moeten stralen alsof je al in de zevende Hemel bent. Dan kun je nog zo’n zwaar leven hebben, als je GOD op deze wijze zoekt, verdwijnt deze “jou plagende aarde” tot op het belachelijk nietswaardige. Dan denk je alleen nog aan de heerlijkheid van de eeuwige zaligheid die op je wacht.
GOD laat zich vinden, dat is zeker: ‘Vraagt en men zal U geven; zoekt en gij zult vinden; klopt en men zal u opendoen!’ (Matth.7,7), zegt de HEILAND.
|