Kerk van de Nieuwe Christenen

Ongeveer 2000 jaar geleden stichtte GOD, namelijk JEZUS CHRISTUS, een Kerk waarvan de gelovigen zich christenen noemden. Ondanks reusachtige inspanning van haar beheerders vermenselijkte zich deze Kerk echter steeds meer.

De uitdagingen van de eeuwen moesten vaak met consequente wetgeving tegemoet worden getreden, en niet altijd had deze Kerk heilige beheerders, die in de geest van haar Stichter handelden. Een in wetten verstarde Kerk bleef onze eeuw als erfenis. En het kwam nog erger: De hervormingen werden door de wereldse geest ondermijnd en schoten aan het doel voorbij.

Als een jonge spruit komt de Kerk van de Nieuwe Christenen vernieuwt uit de vermolmde stam van de oude Kerk te voorschijn.

Jonge spruit

Fundament van de Nieuwe Christenen

De Kerk van de Nieuwe Christenen is dus geen nieuwe Kerk. Ze is de voortzetting van de apostolische traditie. Haar fundament is gegrondvest op de rots Petrus, dat betekent dat ze de Kerk van JEZUS CHRISTUS belichaamt, aangepast aan onze tijd, met haar oorspronkelijk gedachten- en genadegoed.

Liefde en eenvoud vormden de geest van het vroege christendom. De bevrijding van de onbuigzame wettencultus, de verlossing van de ketenen der zonde, het leiden naar de innerlijke zelfstandigheid met GOD waren de missieopdracht van de apostelen.

In acht landen vertegenwoordigd

Naast enkele getrouwen in de hele wereld heeft de Kerk van de Nieuwe Christenen, uitgaand van het moederhuis in Zwitserland, in acht landen vaste voet gekregen. In Zwitserland, Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk, Nederland, België, Italië en Kameroen (Afrika) zorgen de bisschoppen, priesters en diakens voor het zielenheil van de gelovigen. Zusters, bij wie een abdis aan het hoofd staat, evenals lekenhelpers ondersteunen deze arbeid.

Financiering

De geestelijkheid, de zusterorde en de helpers leven de zogenaamde evangelische armoede. Ze krijgen dus loon noch vergoeding.

Kosten voor woningen, inrichtingen van kapellen, stroom, water, verwarming, voedsel, kleding, voertuigen en het onderhoud ervan, verplichte verzekeringen, telecommunicatie, drukkerij, bureau, missiewerk en zoveel meer worden in alle huizen door vrijwillige giften gedragen.

De Kerk van de Nieuwe Christenen wil GOD haar vertrouwen schenken en verlangt geen bijdragen, belastingen, vergoedingen of iets dergelijks. Daarentegen is ze voor vrijwillige giften bij gebeds- en misintenties zeer dankbaar.

Matth. 6,31 enz.: „Weest dus niet bezorgd, en zegt niet: wat zullen we eten, of wat zullen we drinken, of waarmee zullen we ons kleden? Hiernaar toch vragen de heidenen; uw hemelse Vader weet, dat gij dit allemaal nodig hebt. Maar zoekt eerst het rijk Gods en zijn gerechtigheid, en dit alles zal u worden geschonken als toegift.“

Vrijwillig moeten de giften ook daarom zijn, omdat het vrijwillig geven bij GOD grote waardering vindt. Deze verdienste willen de Nieuwe Christenen de gelovigen en weldoeners niet onthouden.
2 Kor. 9,7: „Ieder geve, zoals hij het in zijn hart zich heeft voorgenomen, maar niet met tegenzin of noodgedwongen. Want God heeft een blijmoedige gever lief.“

Een werk van GOD

Niet uit menselijk willen is de Kerk van de Nieuwe Christenen actief, maar op verlangen van GOD.

De Zwaard-Bisschop, leider van de Kerk van de Nieuwe Christenen: „GOD wenst, dat een deel van de mensen met mij in naam van de kleine kudde van JEZUS CHRISTUS strijdt! Ik heb ondersteuning en geloof nodig. Goedwillende en onbaatzuchtige mensen heb ik nodig om mijn taak te vervullen.

Mijn bereidwilligheid
voor GOD en de mensheid is er!
Hoe is het met jou?“