Huwelijk

Het huwelijk verheft man en vrouw tot een priesterschap binnen hun familie, de kleinste cel van de Kerk. Wat men uit het scheppingsverhaal van de Heilige Schrift kan vernemen, heeft GOD uit de eerste mens, die het mannelijke alsook het vrouwelijke belichaamde, de vrouw gemaakt. We kunnen er van uitgaan, dat daarbij de vrouw van de man werd gescheiden.

In het sacrament van het Huwelijk wordt deze scheiding overwonnen – Mark. 10,7 enz.: „Daarom zal de mens vader en moeder verlaten, en de twee zullen één vlees zijn”. Ze zijn dus geen twee meer, maar één vlees. Wat dus God heeft verenigd, dat scheide geen mens.”

Familie – Gezinsplanning

Met de opdracht van GOD: „Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u!“, is de familie een onvervangbaar „raadje in het uurwerk“ van de schepping. Hoeveel kinderen een echtpaar moet hebben heeft GOD nooit geboden. Deze beslissing rust alleen op de echtelieden. Het moet immers een vrijwillig, blij, weloverwogen ja zijn. Bovendien moet de mens zich aan de tijdsomstandigheden en zijn mogelijkheden kunnen aanpassen.

Man en vrouw zijn gelijkgerechtigde huwelijkspartners. Wederzijdse, onbaatzuchtige liefde leidt hen in het ware huwelijksgeluk en verzekert de kinderen een geliefd thuis.