|
Over de priesters die tegen de Zwaard-Bisschop preken schreef hij:
«Die priesters brengen zich in groot gevaar door de Farizeeën na te doen en over dingen te oordelen, waar het oordeel alleen God toekomt. Het is dwaas en onverantwoordelijk in een tijd van het algemeen verval van de Kerk nog te oordelen op grond van een kerkelijk recht, dat voor normale tijden is opgesteld. Als doctor en rechter in deze zaak moet ik meedelen, dat tegenwoordig niet weinig traditionalisten de weg van het verderf gaan, doordat ze op de plaats van God gaan zitten en dat, wat God speciaal roept, in eigen onverlichte competentie veroordelen.
Het is niet de tijd om te oordelen, maar van het gadeslaan en bidden, omdat God hier zoals in alle dingen soeverein zijn keuze maakt. Hij zal zich nooit naar de gedachten van de mensen richten, zoals de hele Heilige Schrift en het Heilig Misoffer laten zien ...!»
Prelaat dr. Harambillet verklaarde voor verscheidene getuigen: «Volgens het kerkelijk recht bent U geldig gewijd, maar ongeoorloofd. Maar nadat paus Paulus VI heeft uitgeroepen: „De rook van Satan is tot in de top van de Kerk gedrongen!“, mochten deze wetten geen geldigheid meer hebben, er zou een noodwet uitgevaardigd moeten worden. Maar omdat de Kerk niet reageert, grijpt God als Soeverein in.»
Nadat prelaat dr. Harambillet de Zwaard-Bisschop twee uur onderzocht had, knielde hij neer en vroeg: «Excellentie, geeft U mij de zegen.»
|