Van reddingspost tot clubhuis

Aan een gevaarlijke kust openden lang geleden een paar mensen een reddingspost voor schipbreukelingen. Bij deze reddingspost behoorde één enkele boot. Hiermee waagde zich de kleine, moedige bemanning steeds weer, bij dag en bij nacht, de zee op om schipbreukelingen te redden. Het duurde niet lang of dit klein steunpunt was overal bekend. Veel van de geredden en ook andere mensen uit de omgeving waren graag bereid, de armzalige post met geld te ondersteunen. Het aantal weldoeners groeide en groeide. Met het geld dat ze schonken werd de reddingspost ruim uitgebouwd, steeds mooier en comfortabeler. Ze werd langzamerhand een geliefde verblijfplaats van de mannen, een soort clubgebouw. Steeds meer leden van de ploeg weigerden nu uit te varen om schipbreukelingen te redden. Ze wilden met de reddingsdienst eigenlijk ophouden, omdat hij onaangenaam en voor de exploitatie van de club hinderlijk was. Een paar moedige mannen, die het standpunt innamen dat redding van mensenlevens hun belangrijkere opdracht was scheidden zich van hen. Niet ver daarvandaan begonnen ze, met geringe middelen, een nieuwe reddingspost op te bouwen. Maar ook deze post onderging na enige tijd hetzelfde lot: Hun goede reputatie verspreidde zich snel, er kwamen nieuwe weldoeners en er kwam een nieuw clubhuis.

1

Zo

 Apostel Jacobus (de Jongere)

2

 Ma

 

3

 Di

 

4

 Wo

 

5

 Do

 

6

 Vr

 

7

 Za

 

8

Zo

 H. Jozef, Beschermheer van de Kerk

9

 Ma

 

10

 Di

 

11

 Wo

 

12

 Do

 

13

 Vr

 

14

 Za

 

15

Zo

 Heilig Hart van JEZUS

16

 Ma

 

17

 Di

 

18

 Wo

 

19

 Do

 

20

 Vr

 

21

 Za

 

22

Zo

 Maria Geboorte

23

 Ma

 

24

 Di

 Johannes de Doper, geboorte

25

 Wo

 

26

 Do

 

27

 Vr

 

28

 Za

 

29

Zo

 Goede Herder

30

 Ma

  

 Zo kwam ten slotte een derde reddingspost. Maar ook hier herhaalde zich hetzelfde verhaal ... Wie tegenwoordig deze kust bezoekt vindt aan de weg langs de oever een aanzienlijke rij exclusieve clubs.

Nog steeds wordt de kust vele schepen noodlottig; de meeste schipbreukelingen verdrinken.